Honey badger
Honingdas
8 - 14,5 kilo
Gewicht :
55 - 77 cm
Grootte :
Leefgebied:
Breed verspreid – van de Kalahari en Karoo tot Kruger, Limpopo en KwaZulu-Natal.
De kleine vechtersbaas van Zuid-Afrika
Als er één dier is dat een beetje maling lijkt te hebben aan wat anderen van hem vinden, dan is het de honingdas. Of, zoals hij in Zuid-Afrika meestal wordt genoemd: de ratel.
Klein? Zeker.
Indrukwekkend? Absoluut.
Deze zwart-grijze rover heeft een reputatie opgebouwd waar menig veel groter roofdier jaloers op kan zijn. Hij staat bekend om zijn moed, zijn vasthoudendheid en zijn vermogen om zich uit situaties te redden waarin je als mens waarschijnlijk allang had gedacht: laat maar zitten.
En toch is de honingdas helemaal niet het bloeddorstige monster dat sommige verhalen ervan maken. Het is vooral een buitengewoon slim, nieuwsgierig en opportunistisch dier dat zich uitstekend heeft aangepast aan de soms behoorlijk harde omstandigheden van de Zuid-Afrikaanse natuur.
De honingdas heet officieel Mellivora capensis en behoort tot de familie van de marterachtigen (Mustelidae). Daarmee is hij familie van onder andere otters, wezels en dassen. De naam Mellivora komt uit het Latijn en betekent ongeveer 'honingeter': mel betekent honing en vorare betekent verslinden.
Een opvallend uiterlijk
Je herkent een honingdas meteen. Een relatief laag, breed lichaam met korte, krachtige poten. De onderkant en zijkanten zijn vrijwel zwart, terwijl vanaf de bovenkant van de kop over de rug tot aan de staart een brede grijs-witte baan loopt.
De honingdas is niet bepaald een reus, maar wacht maar tot je de voorpoten ziet. Die zijn uitgerust met lange, sterke klauwen. En die zijn niet voor de sier. Niet voor niets is het een uitstekende graver. Hij kan in de grond zoeken naar knaagdieren, insecten en reptielen en is in staat om zelfs behoorlijk stevige ondergrond open te breken.
De honingdas heeft bovendien een bijzondere huid. Die is dik, los en soepel. Als een roofdier hem vastpakt, kan de ratel zich gedeeltelijk in zijn huid draaien en proberen terug te bijten. Ook heeft hij een dikke onderhuidse vetlaag als belangrijke bescherming tijdens confrontaties.
Waarom heet hij honingdas?
De honingdas is dol op bijennesten en eet graag bijenlarven en honingraat. Hij beschikt bovendien over een zekere tolerantie voor bijensteken. Maar onkwetsbaar is hij niet. Honingdassen kunnen door bijen worden gestoken en zijn zelfs gestorven nadat ze door grote aantallen bijen werden aangevallen. Toch blijven (wilde) bijenkorven erg aantrekkelijk. Met zijn krachtige klauwen kan hij een nest openbreken en vervolgens de larven en het andere eetbare materiaal eruit halen.
Er bestaat een prachtig Afrikaans verhaal over de relatie tussen de honingdas en de greater honeyguide, een vogel die in het Nederlands honingwijzer wordt genoemd. Volgens dat verhaal leidt de vogel de honingdas naar een bijennest. Hij breekt het nest open, eet de larven en de honingraat en laat de resten achter voor de vogel. Een perfecte samenwerking.
Er zijn veel waarnemingen en anekdotes die wijzen op een dergelijke relatie, maar wetenschappelijk is nooit bewezen dat honingwijzers daadwerkelijk honingdassen naar bijenkorven leiden.
En dan zijn er die slangen...
De honingdas eet ook slangen. Dus ook giftige slangen. Dat heeft geleid tot het vermoeden dat een honingdas immuun is voor slangengif, maar dat is niet helemaal waar. Ja, ze hebben een zekere resistentie tegen sommige slangengiffen, maar dat betekent niet dat gif geen effect heeft of dat ze nooit kunnen sterven aan een beet.
Alleseter met voorkeur voor vlees
Een honingdas leeft natuurlijk op meer dan alleen honing en slangen. Op het menu staan onder meer knaagdieren, hagedissen, slangen, schorpioenen, insecten, vogelkuikens, kleine zoogdieren, jonge dieren van andere soorten, maar ook eieren, fruit, wortels en knollen, bijenlarven en honingraat. En als rasechte opportunist is de honingdas ook niet te trots om aas te eten, een maaltijd af te pakken van een ander (veel groter) roofdier, of de vuilnisbakken van een woning of lodge te plunderen.
Een vechtersbaas
Een honingdas gaat een confrontatie met een groter dier bepaald niet altijd uit de weg. Wanneer hij zich bedreigd voelt, kan hij zich bijzonder agressief verdedigen. Hij kan grommen, luidruchtig roepen, op een tegenstander afstormen en een stinkende afscheiding uit zijn anaalklieren produceren. En als dat allemaal niet helpt? Dan komen de tanden en klauwen tevoorschijn.
Dat betekent overigens niet dat een honingdas structureel leeuwen en luipaarden aanvalt of dat hij altijd wint. Dat zijn vooral sterke safari-verhalen. Grote roofdieren kunnen honingdassen wel degelijk doden, en vooral leeuwen en luipaarden vormen een bedreiging. Maar een honingdas is simpelweg geen gemakkelijke prooi. En dat weet de rest van de bush ook.
Einzelgänger in de nacht
Honingdassen zijn vooral 's nachts actief. In warme gebieden is het 's nachts immers veel aangenamer om op zoek te gaan naar voedsel. Toch is de realiteit wat flexibeler. In gebieden waar weinig menselijke verstoring is en tijdens koelere periodes kunnen honingdassen ook overdag actief zijn. Dat betekent voor safari's dat je overdag wel kans maakt, maar je moet gewoon geluk hebben. Heel veel geluk.
Honingdassen leven meestal alleen en hebben een behoorlijk groot leefgebied nodig. Een volwassen mannetje en vrouwtje trekken doorgaans niet langdurig samen op. Ze ontmoeten elkaar voor de voortplanting, maar leiden verder grotendeels hun eigen leven. In een studie werden gemiddelde leefgebieden van ongeveer 548 km² voor volwassen mannetjes en 138 km² voor vrouwtjes gevonden. Dat zijn gigantische afstanden voor zo'n relatief klein dier.
Waarom de honingdas zo'n bijzonder dier is
De honingdas is echter vooral bijzonder vanwegen zijn aanpassingsvermogen. Hij kan leven in droge gebieden, verschillende soorten voedsel benutten, zelf holen graven, voedsel zoeken in de bodem, slangen eten, bijennesten openbreken en zich verdedigen tegen dieren die vele malen groter zijn.
En dat allemaal met een lichaam dat nauwelijks groter is dan een flinke hond. De honingdas is daarmee een prachtig voorbeeld van hoe de Afrikaanse natuur niet altijd draait om de grootste, sterkste of snelste. Soms wint degene die gewoon ontzettend eigenwijs is.
Spottip: de meeste kans heb je in grote, droge wildgebieden zoals Krugerpark en vooral het Kgalagadi Transfrontier Park. Kijk goed langs rustige zandwegen en bij termietenheuvels of holen, en ga bij voorkeur vroeg in de ochtend of laat in de middag op pad – dan heb je nét iets meer kans om deze eigenwijze kleine rover in actie te zien.
