
Een echte Kaapse klassieker
Koesisters
Koesisters – niet te verwarren met hun gevlochten Afrikaner neefjes, de koeksisters – zijn die heerlijk zachte, geurige kruidbolletjes die je vooral vindt in de Kaaps-Maleise keuken. Wie ooit op zondagochtend door de Bo-Kaap heeft gewandeld, herkent de geur meteen: denk aan kaneel, gember, kardemom… allemaal samen in één luchtig deegje dat gefrituurd wordt tot het precies goudbruin is. Daarna worden ze door een warme suikersiroop gehaald en royaal door kokos gerold. Pure zondagochtend-traktatie.
Waar koeksisters vaak knapperig en plakkerig zijn, zijn koesisters juist zacht, kruidig en warm van smaak. Alsof iemand je een eetbare knuffel geeft. In veel families in de Kaap worden ze nog steeds op zondagochtend gemaakt – een traditie waar je spontaan zelf ook aan wilt beginnen zodra de geur je keuken vult.
Het is zo’n recept dat generaties lang wordt doorgegeven, vaak zonder exacte hoeveelheden ('net ’n bietjie hiervan, net ’n bietjie daarvan'). Maar geen zorgen: dit recept houdt het simpel, duidelijk en vooral héérlijk. Perfect voor iedereen die die authentieke Kaapse smaak thuis wil maken.
Tips & serveersuggesties
Ze smaken het allerbeste op de dag zelf, warm of op kamertemperatuur.
Invriezen kan prima: even opwarmen en opnieuw licht door siroop halen.
Serveer met rooibosthee of sterke Kaapse koffie.
Voeg een beetje extra citrusschil toe als je van een frisse twist houdt.
Ingrediënten
Voor het deeg
500 g bloem
1 zakje (10 g) instant gist
1 tl bakpoeder
½ tl zout
100 g suiker
1 tl kaneel
1 tl gemberpoeder
½ tl gemalen kardemom
¼ tl gemalen kruidnagel
1 ei
50 g boter, gesmolten
250 ml lauwwarme melk
1 tl vanille-extract
Voor de siroop
500 ml water
400 g suiker
1 kaneelstokje
1-2 stukjes verse gember (optioneel)
schil van ½ citroen of sinaasappel
Voor de afwerking
fijngeraspte kokos
Bereiding
Stap 1.
Meng de bloem, gist, bakpoeder, zout, suiker en alle kruiden in een grote kom.
Voeg het ei, de gesmolten boter, warme melk en vanille toe.
Kneed tot je een soepel, iets plakkerig deeg hebt — dat mag!
Dek de kom af met een doek en laat het deeg 1 à 1,5 uur rijzen, tot het ongeveer verdubbeld is.
Stap 2.
Kneed het deeg kort door en rol het uit tot een lap van ongeveer 1,5 cm dik.
Snijd in ovale of ronde vormpjes (klassiek zijn ze ovaal).
Leg ze op een bakplaat, dek af en laat ze nog 20 minuten rusten.
Stap 3.
Verhit olie (160–170°C) en bak de koesisters in porties goudbruin. Ze moeten licht en luchtig blijven, dus niet te donker bakken.
Laat ze uitlekken op keukenpapier.
Stap 4.
Breng alle siroop-ingrediënten aan de kook.
Laat het 10 minuten zachtjes pruttelen tot het iets indikt.
Haal het citrusschilletje en het kaneelstokje eruit.
Stap 5.
Dip elke warme koesister direct in de warme siroop.
Laat ze kort uitlekken en rol ze meteen door de kokos.
Het is een sticky, heerlijke, zoete bedoening — precies zoals het hoort.
