top of page

Wanneer werd safari een luxeproduct?

  • Foto van schrijver: Nathalie
    Nathalie
  • 22 uur geleden
  • 5 minuten om te lezen

Over wildernis, prijs en toegankelijkheid

Er is iets geslopen in de safariwereld waar ik al langer over loop te malen, en waar ik het eigenlijk nooit hardop over heb gehad. Dus bij deze: laten we het er maar eens over hebben.


Op safari gaan is de afgelopen jaren steeds luxer geworden. Privéreservaten met privélodges, exclusieve rijrechten over bepaalde stukken land, maaltijden van sterrenniveau, personeel dat je op de wenken bedient, en badkuipen met uitzicht op de savanne. Prachtig, allemaal. Ik heb zelf in zulke lodges gelogeerd en ik snap heel goed waarom mensen ervoor kiezen. Maar ergens onderweg is er iets veranderd in hoe we naar safari kijken. Het is niet meer "een dier zien in het wild". Het is een statussymbool geworden. Iets voor de happy few. En ik vraag me steeds vaker af: sinds wanneer is dat normaal geworden?


Een cottage in een safarilodge in Zuid-Afrika

Ik hield de prijzen bewust laag, en dat was een keuze

Toen ik mijn eigen safarilodge runde in de Greater Kruger, stond ik voor dezelfde keuze als elke lodge-eigenaar: hoeveel vraag je voor een nacht in de bush? Ik koos er destijds heel bewust voor om de prijzen betaalbaar te houden. Niet omdat ik niet wist dat er meer te vragen viel. Wel omdat ik tot in het diepste van mijn wezen vind dat iedereen op safari zou moeten kunnen gaan.


Het overgrote deel van de wereldbevolking is namelijk niet stinkend rijk. Dat geldt voor de gemiddelde Zuid-Afrikaan die in eigen land graag een keer de wildernis in wil, maar dat geldt net zo goed voor de buitenlandse toerist die al ettelijke duizenden euro's kwijt is aan alleen de vliegreis, voordat er nog iets is geboekt. Als je daar bovenop ook nog eens honderden euro's per nacht moet neerleggen voor een lodge, plus de steeds verder oplopende parkentree, dan valt een enorme groep mensen simpelweg af. Niet omdat ze geen interesse hebben. Maar omdat het financieel niet meer haalbaar is. Dat vond ik toen al oneerlijk. En dat vind ik nog steeds.


De cijfers liegen er niet om

Afgelopen april viel het Tessa en mij weer op tijdens onze eigen reis: de toegangsprijzen van de nationale parken blijven maar stijgen. Jaar na jaar een beetje meer. Er zit een prijsverschil tussen wat de lokale bevolking betaalt en wat internationale toeristen betalen, dat klopt. Maar dat neemt niet weg dat de prijs voor beide groepen omhooggaat. Voor de een gaat het om een paar euro meer per dag. Voor de ander kan het net het verschil zijn tussen wel of niet die ene keer naar het park kunnen.


En dan hebben we het nog niet eens over de lodges zelf. Die volgen dezelfde trend, alleen dan in een hoger tempo. Waar een safari twintig jaar geleden nog iets was wat een gemiddeld gezin met wat sparen bij elkaar kon krijgen, is het voor veel mensen inmiddels een once in a lifetime-uitgave geworden. Als het al binnen bereik ligt.


Dit gaat niet over of privélodges hun geld waard zijn

Laat ik één ding heel duidelijk maken: deze blog gaat niet over de vraag of privélodges hun prijs waard zijn. Dat zijn ze namelijk wel. De service, de kennis van de gidsen, de exclusiviteit van een privéreservaat zonder twintig andere auto's om je heen bij een sighting: het is allemaal echt, en het is allemaal knap werk van de mensen die het runnen.


Waar deze blog wél over gaat, is toegankelijkheid. Beschikbaarheid. De vraag of we het oké vinden dat safari langzaam maar zeker verandert van "iets wat bij Zuid-Afrika hoort" naar "iets voor wie het zich kan veroorloven". Want dat is een heel andere vraag, en volgens mij verdient dat meer aandacht dan het nu krijgt.


Wie koopt eigenlijk de wildernis op?

Er speelt nog iets mee, en dat maakt het verhaal nóg wat ongemakkelijker. Steeds meer stukken land in en rond de reservaten worden opgekocht door Europeanen en Amerikanen. Huizen, boerderijen, soms hele reservaten wisselen van eigenaar, en niet zelden komt de nieuwe eigenaar van ver.


Dat heeft twee kanten.


Aan de ene kant zorgt buitenlandse investering voor werkgelegenheid, voor behoud van land dat anders misschien aan andere doeleinden ten prooi zou vallen, en voor kapitaal dat de natuurbescherming in Zuid-Afrika hard nodig heeft. Zonder investeerders, buitenlandse of niet, zouden veel reservaten simpelweg niet kunnen bestaan zoals ze nu bestaan.


Aan de andere kant verandert die instroom ook iets aan de plek zelf. Prijzen van grond en woningen in de omgeving stijgen mee, waardoor lokale bewoners soms buiten hun eigen leefgebied geprijsd raken. En heel geleidelijk, bijna onzichtbaar, verandert er ook iets in de cultuur van een gebied. De menukaarten worden internationaler. De prijzen worden internationaler. De manier waarop een lodge wordt gerund, gaat soms meer lijken op een Europese of Amerikaanse standaard dan op een Zuid-Afrikaanse.


Is dat erg? Ik weet het oprecht niet. Ondanks dat ik naar eer en geweten heb geprobeerd mij zo goed mogelijk aan de lokale cultuur aan te passen, zat ik als eigenaar van mijn lodge natuurlijk in hetzelfde schuitje. Misschien is het onvermijdelijk zodra een plek populair wordt. Maar ik denk zeker dat het een gesprek waard is, in plaats van iets waar we stilzwijgend aan voorbijgaan omdat het nu eenmaal goed is voor de economie.


Betaalbaar hoeft niet minder winstgevend te zijn

En hier komt het punt waar ik het meest van overtuigd ben: betaalbaar houden en een gezonde business runnen sluiten elkaar niet uit. Mijn eigen lodge was namelijk goed draaiend, jaar na jaar, terwijl ik bewust geen woekerprijzen vroeg. Dat bewijst voor mij dat je als eigenaar helemaal niet perse luxe hoeft te bieden om rond te komen. Gasten die zich thuis voelen, die goed behandeld worden, die waar voor hun geld krijgen: die komen terug, vertellen het door en boeken opnieuw. Een volle lodge tegen een eerlijke prijs verdient uiteindelijk minstens zo goed. Dus als je het mij vraagt, is de keuze voor luxe vooral dat: een keuze. Geen noodzaak.


Safari als luxeproduct of toch nog voor iedereen bereikbaar

Het goede nieuws is: naast de steeds luxere privélodges bestaan er nog altijd talloze kampeerterreinen, self-catering accommodaties, budgetlodges en mooie middenklasse-opties in en rond de nationale parken. Een safari met een kleinere portemonnee is dus zeker geen onmogelijke droom. Je moet er alleen wat beter naar zoeken, en misschien iets flexibeler zijn in comfort. Maar het luipaard in de boom, de olifant die vlak langs je auto loopt, de stilte van de bush bij zonsopgang: die ervaring is voor iedereen precies even bijzonder, of je nu in een tent slaapt of in een suite met privézwembad.


Zou iedereen op safari moeten kunnen?

Dat vind ik zelf een volmondig ja. De discussie die ik in deze blog wil aanzwengelen, gaat er dan ook niet over of het onmogelijk is geworden. Het gaat erover dat we alert moeten blijven, als sector en als reizigers, dat het zo blijft. Dat de balans tussen luxe en toegankelijkheid niet verder doorslaat, en dat er altijd plek blijft voor de lodge-eigenaar die, net als ik destijds, ervoor kiest om de wildernis binnen handbereik te houden van iedereen die ervan wil genieten.


Wat vind jij? Hoort een safari toegankelijk te zijn voor iedereen, of is exclusiviteit een logisch en onvermijdelijk onderdeel geworden van hoe we naar de wildernis kijken? Ik ben benieuwd naar jouw kijk hierop.


Nathalie

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page